John werkt als teammanager op Abrona woonlocatie Zonnelaan 100: “Je moet hier tegen een stootje kunnen en tegelijk dichtbij blijven”

Style Element
Style Element

Toen John begon als teammanager op Zonnelaan 100, merkte hij meteen dit een plek is waar je als begeleider wordt uitgedaagd. “Niet alleen in wat je doet,” zegt hij, “maar vooral in hoe je kijkt naar gedrag.”

Deel bericht:

Op Zonnelaan 100 wonen mensen met een verstandelijke beperking en intensieve begeleidingsvragen. Dat zie je terug in het dagelijks contact. “Cliënten zijn hier heel direct,” vertelt John. “Ze gaan meteen kijken: wie ben jij? Wat doe jij als ik dit zeg?”

Dat testen kan op allerlei manieren gebeuren. “Als je bijvoorbeeld binnenkomt, kan iemand bijvoorbeeld een opmerking maken over je uiterlijk. Of ze proberen je uit te dagen: ga jij grenzen stellen of niet?” Dat vraagt iets van jou als begeleider. “Je moet stevig in je schoenen staan, maar niet hard worden. Als je boos reageert of het persoonlijk maakt, ben je het contact kwijt.”

Van schelden naar vertrouwen

Volgens John zit de kracht juist in wat er daarna gebeurt. “Als je rustig blijft en blijft investeren, zie je dat het verandert. In het begin kan iemand echt van alles roepen. Maar als je blijft, als je betrouwbaar bent, dan groeit er een band. En dan is datzelfde gedrag ineens veel minder aanwezig. Dat proces kost tijd. Je moet het willen zien. Achter dat gedrag zit altijd iets.”

Verhaal achter de bewoner

Dat ‘iets’ heeft vaak te maken met wat iemand heeft meegemaakt. “Veel cliënten hebben een lange geschiedenis,” zegt John. “Ze hebben op verschillende plekken gewoond en dingen meegemaakt die je niet zomaar terugdraait.” Hij zag dat zelf in een onverwacht gesprek: “Ik zat met een cliënt koffie te drinken en ineens vertelde ze dat ze kinderen heeft. Dan besef je: er zit een heel leven achter iemand.”

Niet veranderen maar aansluiten

Juist daarom is het volgens hem belangrijk om anders te kijken naar je rol als begeleider. “Je bent hier niet om iemand te veranderen. Dat idee kun je loslaten. Het gaat erom dat je gedrag leert begrijpen en accepteert dat iemand is wie hij is.” Dat betekent niet dat alles kan, benadrukt hij. “Je stelt grenzen, natuurlijk. Maar wel vanuit begrip. Je sluit aan bij iemand, in plaats van iemand proberen om te vormen.”

Kleine momenten, groot verschil

Veel van het werk zit in kleine, alledaagse situaties. “Ik loop regelmatig even binnen bij cliënten,” vertelt John. “Gewoon een kop koffie drinken, even op de kamer zitten. Soms word ik zelfs ‘op audiëntie’ geroepen.” Hij lacht: “Dan gaan zij mij vertellen hoe het moet. Prima. Ik luister wel.” Juist dat soort momenten maken verschil. “Je hoort wat er speelt, je ziet iemand echt. Dat is waar je het contact opbouwt.”

Continu schakelen

Als begeleider ben je voortdurend aan het schakelen. “De ene cliënt heeft nú iets nodig en kan niet wachten,” zegt John. “Als je dan zegt: ‘even wachten’, kan dat voelen als afwijzing.” Hij ziet dat dagelijks gebeuren. “Dan is iemand ergens mee bezig en zegt: straks. Maar voor die cliënt is het nú belangrijk. Dan moet je kijken: hoe kan ik hier toch even op aansluiten?” Dat vraagt flexibiliteit en creativiteit. “Soms kun je het met een grapje ombuigen, soms door even kort aandacht te geven. Maar je moet het wel zien.”

Jij bent te gast

Wat John belangrijk vindt, is dat medewerkers zich bewust zijn van hun rol. “We werken in het huis van de cliënt,” zegt hij. “Als een bewoner thuiskomt van werk of dagbesteding, waarom zou je niet even samen gaan zitten? Zoals je dat thuis ook zou doen. Even aandacht, even contact.” Volgens hem zit daar de essentie van goede zorg. “Niet alleen zorgen dat alles geregeld is, maar dat het ook prettig voelt.”

Samen werken aan duidelijkheid

Voor cliënten is duidelijkheid essentieel. “Ze hebben vaak al met heel veel begeleiders gewerkt,” vertelt John. “En bij iedereen konden ze weer iets anders bereiken.” Dat maakt eenduidigheid belangrijk. “Als team moeten we dezelfde lijn hebben. Anders gaan cliënten daarop sturen en wordt het onrustig.” Daar werken we hard aan. “We brengen structuur aan, maken afspraken en bespreken casussen samen. Zodat we elkaar versterken.”

Wie past hier?

Volgens John is deze plek niet voor iedereen. “Je moet tegen een stootje kunnen,” zegt hij. “En je moet kunnen relativeren. Als iemand je uitscheldt bijvoorbeeld, dan is dat niet persoonlijk. Dat is gedrag dat ze ergens hebben geleerd. Als je dat snapt, kun je er anders mee omgaan.” Wat hij zoekt in collega’s? “Mensen met empathie, die stevig staan en zichzelf kunnen reflecteren. Die durven te kijken: wat deed ik hier, wat kan anders?”

“Je kunt hier echt iets betekenen,” zegt hij ten slotte. “Juist omdat het niet altijd makkelijk is. Als je het aandurft om te blijven staan, om te kijken naar de mens achter het gedrag, dan krijg je daar heel veel voor terug.”

Maak ook het verschil

Maak ook het verschil en ga bij Abrona aan de slag! Bekijk de vacatures.

Bekijk de vacatures
Style Element